Mūlasarvāstivāda
Mūlasarvāstivāda was één van de eerste scholen in India en is ontstaan rond B.C. 240 en word heden ten dage nog beoefent door monniken in Bhutan, de Indiase Himalaya, Mongolië, Nepal en Tibet.
In de loop van 100-200 jaar na het nirvana van de Boeddha (na het Concilie van Vaiṣali) dat voornamelijk tot doel had de tien stellingen van de vaṣāṇā-bhikshu’s te weerleggen, heeft de boeddhistische kerk zich in verschillende scholen opgesplitst.
De geschiedenis van de mūlasarvāstivāda-school begint bij Kathavatthu van Moggaliputta Tissa (rond B.C. 240), het hoofd van het Concilie van Anoka.
Het lijkt er niet op dat mūlasarvāstivāda-school destijds een erg belangrijke rol speelde, want Tissa’s werk richt zich slechts op drie vragen die de sabbatthivadas tegenspreken:
1. Kan een arhat zijn arhatschap verliezen? (Parihayati araha arahattati)
2. Bestaat alles? (Sabbam atthiti)
3. Is het voortbestaan van gedachten samadhi? (Kitta-santati samadhiti).
Het was vóór B.C.183 dat de mūlasarvāstivāda-school gevestigd was in het huidige India. Fa-hien (399-414 n.Chr.), die naar India ging om de vinaya-teksten te verzamelen, zegt dat deze school zowel in Paliputra als in China actief was en dat de vinaya ervan nog niet op schrift was gesteld. Uiteindelijk is deze wel op schrift gezet en zijn er naast de vinaya van de mūlasarvāstivāda maar van 5 andere scholen de vinaya bewaard gebleven: mahāsāṃghika, mahīśāsaka, dharmaguptaka, theravāda en sarvāstivāda.
Interne verschillen binnen de sarvāstivāda-school hebben mogelijk rechtstreeks geleid tot het ontstaan van een mūlasarvāstivāda-school, waaraan naast de afzonderlijke vinaya (Sanskriet) ook andere sutra-dialogen en uiteenlopende teksten (in Chinese vertaling) kunnen worden toegeschreven. De precieze identiteit van de mūlasarvāstivādins blijft echter onduidelijk, en hun relatie tot de sarvāstivādins is een punt van wetenschappelijke onenigheid. Sommigen suggereren dat de mūlasarvāstivādins slechts een latere fase in de ontwikkeling van de sarvāstivāda-stroming vertegenwoordigen. Anderen zien het onderscheid als een weerspiegeling van zowel geografische als chronologische verschillen binnen de sarvāstivāda-school. Volgens deze laatste visie, toen de sarvāstivāda-school in het noordwesten aan prominentie inboette, werden de sarvāstivādins van Mathura belangrijker en namen zij de naam mūlasarvāstivāda aan om hun status als de oorspronkelijke sarvāstivādins te benadrukken. Hiuen Thsang (629-645 n.Chr.) benoemd dat in zijn tijd deze school wijdverbreid is geweest. Hij noemt zo’n dertien plaatsen die ertoe behoorden: Kashgar, Udyana en vele andere plaatsen aan de noordelijke grens, Perzië in het westen, Matipura, Kanoj en een plaats nabij Raagnba in Centraal-India.
Het is niet duidelijk wat mūlasarvāstivāda-vinaya precies betekent. Het zou gelezen kunnen worden als; de oorspronkelijke (of fundamentele) kloostercode van de groep die leert dat alles bestaat’ of als ‘de kloostercode van de oorspronkelijke (of fundamentele) groep die leert dat alles bestaat.’
Een van de meest opvallende kenmerken van de mūlasarvāstivāda-vinaya is de enorme omvang. Het is wel ‘monsterlijk’ genoemd en zou ongeveer vier keer zo lang zijn als elke andere vinaya. De Tibetaanse versie, in traditionele vorm, beslaat dertien grote delen en bestaat uit meer dan vierduizend bladen of achtduizend ‘pagina’s’. Naast deze Tibetaanse versie, die compleet lijkt te zijn, is de mūlasarvāstivāda-vinaya bewaard gebleven in een gedeeltelijke (maar nog steeds omvangrijke) Chinese vertaling, en belangrijke delen ervan zijn ook in het Sanskriet tot ons gekomen. Slechts een klein deel van dit monster is in het Engels vertaald; iets meer is in het Duits vertaald.
Deze vinaya bevat, net als alle vinaya’s, een enorm aantal belangrijke regels en minder belangrijke voorschriften die bedoeld zijn om alles te regelen zoals regels die gedetailleerd beschrijven hoe monniken geld tegen rente moeten uitlenen of van leken moeten lenen, hoe ze rijst moeten opslaan en verkopen, hoe ze beelden in processie naar de stad moeten dragen, hoe ze delen van canonieke teksten moeten samenstellen, en een heleboel andere dingen die niet vaak worden gezien als integraal onderdeel van het boeddhistische kloosterleven.
In de 7e eeuw zou de mūlasarvāstivāda prominent aanwezig zijn geweest in het hele koninkrijk Śrīvijaya (de huidige Sumatra, Indonesië). De mūlasarvāstivāda vinaya zou bijna universeel zijn aangenomen in dit gebied. De bestudeerde onderwerpen, evenals de regels en ceremonies waren in wezen hetzelfde als in India.
Boeddhistische monniken in Champa zouden aan het einde van de 7e eeuw over het algemeen ofwel tot de sammitiya nikāya of de mūlasarvāstivāda nikāya behoren. De mūlasarvāstivādamonniken zouden te herkennen zijn aan het feit dat ze hun gewaden aan beide zijden optrekken, de uiteinden door de riem trekken en ze eroverheen hingen. Er waren in die tijd twee boeddhistische systemen; madhyamika (van Nagarayuna) en yogācāra (van Asaṅga). De mahāyānaleringen zoals Asaṅga’s Yogācārabhūmi Śāstra maakt deel uit van de Dharma van de mūlasarvāstivāda.
In 8ste-9de eeuw gebruikte Kukai de mūlasarvāstivāda-vinaya als verplichte studie voor zijn leerlingen. De Mūlasarvāstivāda-vinaya is één van de drie overgebleven vinaya-overleveringen, samen met de dharmaguptaka en theravāda en bestaat nog in een Tibetaanse (9e eeuw), Chinese (8e-eeuw), en deels in het oorspronkelijke Sanskriet versie.
In de theravāda-traditie zijn er 227 voorschriften voor bhikṣu’s (♂) en 311 voor bhikṣuṇī; in de Dharmagupta zijn er 250 voor bhikṣu’s en 348 bhikṣuṇī (♀); en in de Mulasarvastivada zijn er 258 voor bhikṣu’s en 354 voor bhikṣuṇī.
De mūlasarvāstivāda-vinaya wordt bewaard in het Tibetaans en beoefend door vinaya bhikṣu’s in Bhutan, de Indiase Himalaya, Mongolië, Nepal en Tibet; hoewel de Bhiksunnipratimoksa in het Tibetaans bestaat, was er tot 2022 geen levende lijn van bhikṣuṇī in de Tibetaanse traditie. Hier kwam verandering in toen in 2022 144 bhikṣuṇī in Bhutan ingewijd zijn.

Mūlasarvāstivāda Dharma:
- Mūlasarvāstivāda-vinaya-sūtra:
- Vinaya
- Sawyukta-vastu
- Sanghabhedaka-vastu
- Bhikshni-vinaya
- Vinaya-sarngraha
- Ekasatakarman
- Nidāna
- Matrika
- Vinaya-nidana-matrika-gatha
- Sawyukta-vastu-gatha
- Vinaya-gatha
- Bhikshuni-vinaya-sutra
- Mūlasarvastivada-pravragya-vastu
- Mūlasarvāstivāda-varshvasa-vastu
- Mūlasarvāstivāda-pravarana-vastu
- Mūlasarvāstivāda-karma-vastu
- Mūlasarvāstivāda-bhaishagya-vastu
- Mūlasarvāstivāda-kathinkivara-vastu
Geraadpleegde bronnen:
– Wikipedia
– A record of the buddhist religion as practised in India and the Malay archipelago
Auteur: I-Tsing
Verschijningsdatum: 671-695
Vertaler: J. Takakusu (1896)
– Encyclopedia of Buddhism – Volume Two
Auteur: Robert E. Buswell
Verschijningsdatum: 2004
